“Nee joh. Sla gewoon een nachtje over, dan val je de avond erna vanzelf weer op tijd in slaap.”

Het is een advies dat ik opvallend vaak heb gekregen van goedbedoelende mensen. Alsof mijn slaapritme een soort kapotte klok is die je met één rigoureuze tik weer goed zet.

Maar helaas, zo werkt het niet.

Wie een laat slaapritme heeft, heeft dit soort dingen meestal allang geprobeerd. Een nacht overslaan. Vroeger naar bed gaan. Eerder opstaan. Doorzetten. Niet toegeven. En telkens weer merken dat het lichaam daar helemaal niet zo simpel in meegaat.

Ik kan doodmoe zijn in de ochtend en me de hele dag brak voelen. En toch gebeurt er vaak iets geks: tegen de avond begin ik juist een beetje bij te trekken. En tegen de tijd dat ik netjes zou moeten gaan slapen, ben ik weer wakkerder dan daarvoor. Alsof mijn lichaam pas dan eindelijk op gang komt.

Dat is precies waarom ik me soms zo kan ergeren aan het idee dat een laat ritme vooral een kwestie van discipline zou zijn. Alsof ik ongezond bezig ben, of gewoon niet hard genoeg mijn best doe. Terwijl het probleem volgens mij vaak ergens anders zit: we leven in een wereld die één ritme als normaal behandelt.

Vroeg opstaan geldt als gezond, volwassen en productief. Pas later op gang komen wordt al snel gezien als lui, lastig of onverstandig. Maar voor veel nachtuiltjes is dat geen karakterfout. Het is gewoon hun ritme.

En dat maakt het soms zo frustrerend. Niet alleen het slaapritme zelf, maar ook steeds weer moeten uitleggen dat je niet expres moeilijk doet. Dat je lichaam gewoon niet leeft volgens het schema dat overal als vanzelfsprekend wordt gezien.

Hi, I’m nicolegeene@gmail.com

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *